SMARTER BUILDINGS – Wat hebben stikstof en fijn stof gemeen?

SMARTER BUILDINGS – Wat hebben stikstof en fijn stof gemeen?

Het programma aanpak stikstof en de stakingen van de boeren staan vast nog wel op het netvlies. ‘Drukste ochtendspits ooit door tractoroptocht naar Den Haag’ kopte de kranten. Wie zich verdiept in het thema komt er al snel achter dat de belangrijkste stoffen die de lucht vervuilen fijn stof, stikstofdioxiden, roet en ozon zijn, blijkt uit een document van de Werkgroep Lucht van de GGD uit 2013 (veel gestelde vragen over verontreiniging van de buitenlucht). Hoe kleiner de deeltjes hoe ernstiger de gevolgen voor de gezondheid. Ook de samenstelling van de deeltjes is van belang. In Nederland zijn vooral de roetdeeltjes, die afkomstig zijn van het verkeer, relevant voor de gezondheid wordt in het document vermeld. Interessant om te zien is dat in het document in de lijst van belangrijke stoffen fijn stof voorop staat. Maar wat is fijn stof eigenlijk? Welke normen zijn van toepassing? Wat wordt er gemeten in de pilot Smarter buildings? En wat kunnen we daaruit concluderen?

Fijn stof

Fijn stof is een verzamelnaam voor kleine, met het blote oog onzichtbare, deeltjes die in de lucht zweven staat vermeld in het document van de GGD. Hoe kleiner de deeltjes zijn, hoe dieper ze in de longen terecht komen en hoe meer schade ze kunnen aanrichten. Het gevolg is luchtwegklachten, geprikkelde/geïrriteerde ogen, vaatvernauwing, bloedklontering en verstoorde hartslag. Bronnen van fijn stof zijn verkeer, scheepvaart, industrie, intensieve veehouderij, huishoudens (allesbrander, open haard, barbecue etc.) en natuurlijke bronnen (zeezout, zanddeeltjes, opwaaiend bodemstof etc.). 

Normering

Op zoek naar normering blijkt dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen buiten en binnen. In Nederland zijn er luchtkwaliteitseisen gebaseerd op Europese richtlijnen, waarbij het specifiek gaat over de PM10 en PM2.5 respectievelijk ‘grof’ fijn stof en ‘fijn’ fijn stof (enkele van de vastgestelde fijn stof categorieën). Refererend aan het document van de GGD blijkt de norm voor PM10 op 40 μg/m3 jaargemiddelde te liggen en voor PM2.5 op 25 μg/m3. Voor binnen kijken we naar het PvE Gezondere kantoren en zijn klassen gedefinieerd, welke in onderstaande tabel zijn weergeven. In het PvE zijn alleen eisen voor PM2.5 vermeld omdat PM10 meten vanuit het oogpunt van resuspensie door loopbewegingen weinig zinvol blijkt. Door juist aan PM 2.5 eisen te stellen ontstaat een goede indruk van de penetratie van verkeers- en industrie-gerelateerd fijnstof. 

Metingen Schootsestraat

Als onderdeel van het project Smarter Buildings wordt op de pilot locatie Schootsestraat fijn stof op ruimte niveau gemeten. Het gaat daarbij om zowel de PM10 als PM2.5. In onderstaande grafieken zijn de resultaten daarvan weergegeven. Wat blijkt? Qua ‘grof’ fijn stof is het gemiddelde ver onder de norm van buiten en qua ‘fijn’ fijn stof in klasse A. Kortom een goede tot zeer goede prestatie. 

Kijken we naar andere perioden valt op dat 27 augustus 2019 een verhoogde fijn stof concentratie is gemeten in het gebouw. Gaan we bij luchtmeetnet.nl te rade (bij een buiten meet locatie op 5 km afstand) wat de metingen buiten waren ten tijde van die datum zien we exact hetzelfde. Op 27 augustus is buiten een forse fijn stof concentratieverhoging gemeten, waarvan we direct kunnen constateren dat die effect heeft gehad op wat binnen is gemeten. Hier blijkt de directe relatie tussen buiten en binnen op de pilotlocatie. Daarnaast kan fijn stof dus ook inzicht geven in oorzaken die weldegelijk binnen liggen en daarbij dus ook aantoonbaar laten zien hoe goed het gebouw wordt schoongehouden.

Voor meer informatie over dit project kunt u contact opnemen met Wilfred van der Plas van Simaxx (w.vander.plas@simaxx.com) of Jan Mink van VTEC L&S (jan@vtec-ls.nl).

Het Smarter Buildings project ontvangt co-financiering vanuit het OP Zuid programma (Ontwikkelings Programma Zuid Nederland). OP Zuid is een Europees subsidieprogramma voor Zuid-Nederland en maakt gebruik van middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Speerpunten van dit programma zijn innovatiebevordering – door bevordering van cross-overs met en tussen topclusters – en de overgang naar een koolstofarme economie.

Share this post