Smarter Buildings: de servicekosten omlaag

Smarter Buildings: de servicekosten omlaag

Sensoren besparen geen energie. De inzichten daarentegen wel.
Hoe kun je een besparing daadwerkelijk vaststellen? Het belangrijkste is het vaststellen van de uitgangspunten en het in kaart brengen van de huidige situatie. Technisch gezien betekent dit het noodzakelijk is een duidelijke beschrijving van het gebouw (jaartal, m2, indelingen etc.) en de gebouw gebonden installaties te hebben om de besparingsmogelijkheden te kunnen constateren.

Wanneer er aanvullend in een later stadium sensoren worden toegevoegd kan er basis van deze data en inzichten optimalisaties worden uitgevoerd. Met het goed vastleggen van de uitgangspunten wordt duidelijke welke ondernomen besparingsactie welke besparing heeft gerealiseerd. Het pilotproject van Smarter Buildings monitort op dit moment al meer dan 6 maanden actief de energiemeters én kijkt naar sensordata om besparingsmogelijkheden te kunnen vaststellen. Deze informatie delen wij met u in dit bericht; Wat valt ons op?

Benchmarken geeft perspectief aan meetgegevens.
De meetgegevens van de pilotlocatie Smarter Buildings zijn vergeleken met de CBS-cijfers.
Opvallend aan deze vergelijking is het hoge gasgebruik, en de kosten die daarmee gepaard zijn. Uit een tweede benchmark waarin er is gekeken naar de gaskosten en de VGM-servicekosten is hetzelfde gebleken, namelijk 64% hogere servicekosten! Daarentegen is het elektraverbruik en de kosten lager.

EUR ex BTW per jaar / m2 VGM Servicekosten Benchmark 2017 Smarter buildings pilot locatie 2017   Per jaar CBS-referentie Smart buildings pilot locatie 2017
Elektra 6,69 5,10 Elektra (kWh/m2) 55,05 31
Gas  5,06 14,15 Gas (m3/m2) 12,95 21

Elektragebruik
Om meer in inzicht te krijgen in de gebruik maken wij gebruik van een Heatmap. Deze is hieronder weergegeven geeft inzicht in het uurlijkse verbruik van de elektrameter voor periode van week. Hierin is een mooi elektraprofiel terug te zien dat aansluit op de verwachtingen; een kantoor dat vijfdagen per week van circa 9:00 tot een uur of 19:00 ’s avonds in gebruik is. Het gebouw heeft een verbruik buiten gebruik van 25% van de piek overdag in de nachtelijke uren en weekend wat ook aansluit bij de verwachting.

Toch nemen we iets opmerkelijks waar. Wat gebeurd er ’s nachts om 01:00 uur dat het elektraverbruik toch het tweevoudige is van de nullast. Reden om te snappen waar dit vandaan? Jazeker, hier zou zomaar toch nog een kleine besparing naar voren kunnen komen op het toch al ‘lage’ elektragebruik.

Tabel 1: Heatmap

Gasgebruik
Het gasgebruik is in kaart gebracht met een Scatterplot. In deze grafiekvorm wordt er gekeken naar het gasverbruik ten opzichte van de buitentemperatuur en geeft de volgende inzichten; naar verwachting zou u denken dat hoe kouder het buiten is, hoe harder de ketel brandt én des temeer gas er wordt verstookt. In de paarse lijn in de Scatterplot geeft weer dat de spreiding van het gasverbruik groot is ongeacht de buitentemperatuur. In de rode cirkel is te zien dat er ook gas voor de verwarming wordt verbruikt bij hogere buitentemperaturen. Dit is directe energieverspilling en daarnaast ook een verlaging van het comfort. Door een optimalisatie van de ketel(regeling) zijn forse besparingen mogelijk.

Meten = weten.
Het vastleggen van de uitgangspunten helpt bij het aantonen van de besparingen maar ook bij het vinden van de eerste quick wins qua besparing. Het zogenaamde laag hangend fruit leidt vaak al met een paar eenvoudige aanpassingen tot resultaten die de servicekosten, gas en elektra, met vele tientallen procenten verlaagt. Voor meer informatie over dit project kunt u contact opnemen met Wilfred van der Plas van Simaxx  of Jan Mink van VTEC L&S.

Het Smarter Buildings project ontvangt co-financiering vanuit het OP Zuid programma (Ontwikkelings Programma Zuid Nederland). OP Zuid is een Europees subsidieprogramma voor Zuid-Nederland en maakt gebruik van middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Speerpunten van dit programma zijn innovatiebevordering – door bevordering van cross-overs met en tussen topclusters – en de overgang naar een koolstofarme economie.




Share this post