SMARTER BUILDINGS – Stimuleren van reductie drinkwatergebruik begint bij monitoring

Dat is niet alleen het devies van BREEAM maar ook keurmerken als Well en GRESB onderschrijven het belang van een duurzame exploitatie. In het bericht van 3 september 2019 schreven we reeds over het meten van waterverbruik in kantoren en het voorkomen van verrassingen op de waterrekening. Continu doorlopende toiletten en druppelende kranen kunnen inzichtelijk worden gemaakt door het actief monitoren van de watermeter en sub-bemetering van diverse water verbruikende voorzieningen. Ook dat valt onder duurzaam beheer. In de pilot locatie aan Schootsestraat in Eindhoven is daartoe in samenwerking met Brabant Water de hoofdwatermeter ontsloten en zijn er sub watermeters geplaatst in de pantry’s. Wat levert dat nu voor inzicht op?

Het huidig verbruik en de inzichten
Het pilotkantoor verbruikt per jaar ca 11 m3 water per persoon. Dit blijkt uit de jaarlijkse afrekening met het drinkwaterbedrijf. Is dat nu veel of juist weinig? De website Duurzaam MKB leert ons dat in een dergelijk kantoor 11,1 m3 per medewerker het gemiddelde is. Een kengetal dat laat zien dat het met het waterverbruik van het pand wel goed zit. De data van de eerder beschreven bemetering wordt verzameld en gecombineerd en de daaruit voortkomende informatie wordt via een dashboard aan de gebruiker teruggekoppeld (zie foto hieronder). Gaan we inzoomen dan zien we dat er een gemiddeld waterverbruik is van 0,35 m3 per dag. In het gebouw zijn de water verbruikende voorzieningen hoofdzakelijke de twee sanitair groepen en de twee pantry’s. De pantry’s tezamen zijn goed voor ruim 2 procent van het waterverbruik. De overige 98% is gerelateerd aan sanitair. Zoals bij een kantoorpand te verwachten is het verbruik hoofdzakelijk op doordeweekse dagen en laat een grote gelijkenis zien met de bezettingsprofielen van kantoorpanden in het algemeen.

Monitoring, inzicht, notificatie en control
Wat is dan de toegevoegde waarde van monitoring buiten het gecreëerde inzicht? Dat een plotseling verhoogd verbruik wordt gesignaleerd en dat daarop kan worden geanticipeerd. Gebeurt dat dan in de praktijk? Zeker, voorbeelden daarvan zijn lekkende kranen, lekkages in vaatwassers of gesprongen waterleidingen. Een druppelende kraan betekent in de praktijk 4 m3 meer waterverbruik op jaarbasis en een lopend toilet zelfs 200 m3 meer waterverbruik op jaarbasis. Snel inzicht en snel ingrijpen is dan ook gewenst, zeker vanuit het oogpunt duurzame exploitatie. In sommige gevallen is men er zelfs toe verplicht, zoals in het geval van BREEAM of is het gewenst met het oog op de rapportage in het kader van GRESB. Wat opviel tijdens de monitoring van de pilotlocatie is een plotseling verhoogd verbruik op een willekeurig moment dat uit de sanitair groepen bleek te komen en gedurende de vrijdag en de daarop volgende nacht een continu uurverbruik liet zien van 0,5 m3, het normale verbruik van een maandag (zie foto hieronder). Conclusie: snel inzicht en snel herstel voorkomt langdurige verhoogd waterverbruik en maakt een duurzame exploitatie echt mogelijk.

Lessons learned
Welke lessen kunnen er worden getrokken uit de bemetering van water op de pilot locatie aan de Schootsestraat in Eindhoven: 

  • ontsluiting van de hoofdwatermeter is mogelijk in overleg met waterbedrijf. Brabant Water biedt dit als dienstverlening aan;
  • realisatie van sub-watermeters voor het monitoren van water verbruikende voorzieningen binnen een gebouw kan tegen acceptabele kosten;
  • het waterverbruik van een kantoor toont grote gelijkenis met de aanwezigheid;
  • de focus qua lekdetectie moet vooral liggen op de sanitaire voorzieningen; overweeg bemetering per sanitair groep (BREEAM geeft als richtlijn dat alle water verbruikende voorzieningen die goed zijn voor meer dan 10% van het verbruik dienen te zijn onderbemeterd);
  • koppeling van hoofd- en sub watermeters aan een monitoringsysteem is mogelijk, geeft inzicht en zet aan tot actief beheer;
  • met sub-bemetering zijn opvallende pieken in verbruik, lees lekkages, duidelijk herleidbaar, analyseerbaar en kunnen notificaties worden ingesteld waardoor snel kan worden geanticipeerd op een verhoogd waterverbruik en erger worden voorkomen.

Voor meer informatie over dit project kunt u contact opnemen met Wilfred van der Plas van Simaxx (w.vander.plas@simaxx.com) of Jan Mink van VTEC L&S (jan@vtec-ls.nl).

Het Smarter Buildings project ontvangt co-financiering vanuit het OP Zuid programma (Ontwikkelings Programma Zuid Nederland). OP Zuid is een Europees subsidieprogramma voor Zuid-Nederland en maakt gebruik van middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Speerpunten van dit programma zijn innovatiebevordering – door bevordering van cross-overs met en tussen topclusters – en de overgang naar een koolstofarme economie.

SMARTER BUILDINGS – Wat hebben stikstof en fijn stof gemeen?

Het programma aanpak stikstof en de stakingen van de boeren staan vast nog wel op het netvlies. ‘Drukste ochtendspits ooit door tractoroptocht naar Den Haag’ kopte de kranten. Wie zich verdiept in het thema komt er al snel achter dat de belangrijkste stoffen die de lucht vervuilen fijn stof, stikstofdioxiden, roet en ozon zijn, blijkt uit een document van de Werkgroep Lucht van de GGD uit 2013 (veel gestelde vragen over verontreiniging van de buitenlucht). Hoe kleiner de deeltjes hoe ernstiger de gevolgen voor de gezondheid. Ook de samenstelling van de deeltjes is van belang. In Nederland zijn vooral de roetdeeltjes, die afkomstig zijn van het verkeer, relevant voor de gezondheid wordt in het document vermeld. Interessant om te zien is dat in het document in de lijst van belangrijke stoffen fijn stof voorop staat. Maar wat is fijn stof eigenlijk? Welke normen zijn van toepassing? Wat wordt er gemeten in de pilot Smarter buildings? En wat kunnen we daaruit concluderen?

Fijn stof

Fijn stof is een verzamelnaam voor kleine, met het blote oog onzichtbare, deeltjes die in de lucht zweven staat vermeld in het document van de GGD. Hoe kleiner de deeltjes zijn, hoe dieper ze in de longen terecht komen en hoe meer schade ze kunnen aanrichten. Het gevolg is luchtwegklachten, geprikkelde/geïrriteerde ogen, vaatvernauwing, bloedklontering en verstoorde hartslag. Bronnen van fijn stof zijn verkeer, scheepvaart, industrie, intensieve veehouderij, huishoudens (allesbrander, open haard, barbecue etc.) en natuurlijke bronnen (zeezout, zanddeeltjes, opwaaiend bodemstof etc.). 

Normering

Op zoek naar normering blijkt dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen buiten en binnen. In Nederland zijn er luchtkwaliteitseisen gebaseerd op Europese richtlijnen, waarbij het specifiek gaat over de PM10 en PM2.5 respectievelijk ‘grof’ fijn stof en ‘fijn’ fijn stof (enkele van de vastgestelde fijn stof categorieën). Refererend aan het document van de GGD blijkt de norm voor PM10 op 40 μg/m3 jaargemiddelde te liggen en voor PM2.5 op 25 μg/m3. Voor binnen kijken we naar het PvE Gezondere kantoren en zijn klassen gedefinieerd, welke in onderstaande tabel zijn weergeven. In het PvE zijn alleen eisen voor PM2.5 vermeld omdat PM10 meten vanuit het oogpunt van resuspensie door loopbewegingen weinig zinvol blijkt. Door juist aan PM 2.5 eisen te stellen ontstaat een goede indruk van de penetratie van verkeers- en industrie-gerelateerd fijnstof. 

Metingen Schootsestraat

Als onderdeel van het project Smarter Buildings wordt op de pilot locatie Schootsestraat fijn stof op ruimte niveau gemeten. Het gaat daarbij om zowel de PM10 als PM2.5. In onderstaande grafieken zijn de resultaten daarvan weergegeven. Wat blijkt? Qua ‘grof’ fijn stof is het gemiddelde ver onder de norm van buiten en qua ‘fijn’ fijn stof in klasse A. Kortom een goede tot zeer goede prestatie. 

Kijken we naar andere perioden valt op dat 27 augustus 2019 een verhoogde fijn stof concentratie is gemeten in het gebouw. Gaan we bij luchtmeetnet.nl te rade (bij een buiten meet locatie op 5 km afstand) wat de metingen buiten waren ten tijde van die datum zien we exact hetzelfde. Op 27 augustus is buiten een forse fijn stof concentratieverhoging gemeten, waarvan we direct kunnen constateren dat die effect heeft gehad op wat binnen is gemeten. Hier blijkt de directe relatie tussen buiten en binnen op de pilotlocatie. Daarnaast kan fijn stof dus ook inzicht geven in oorzaken die weldegelijk binnen liggen en daarbij dus ook aantoonbaar laten zien hoe goed het gebouw wordt schoongehouden.

Voor meer informatie over dit project kunt u contact opnemen met Wilfred van der Plas van Simaxx (w.vander.plas@simaxx.com) of Jan Mink van VTEC L&S (jan@vtec-ls.nl).

Het Smarter Buildings project ontvangt co-financiering vanuit het OP Zuid programma (Ontwikkelings Programma Zuid Nederland). OP Zuid is een Europees subsidieprogramma voor Zuid-Nederland en maakt gebruik van middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Speerpunten van dit programma zijn innovatiebevordering – door bevordering van cross-overs met en tussen topclusters – en de overgang naar een koolstofarme economie.

SMARTER BUILDINGS: Verrassingen op de waterrekening voorkomen?!

Energiebesparing in de utiliteitsbouw is een hot topic. De regelgeving noodzaakt partijen om er actief mee bezig te zijn. Zeker nu de informatieplicht sinds 1 juli jl. is ingetreden en in navolging van het Parijse klimaatakkoord het energieverbruik straks beperkt moet zijn tot 50 kWh/m2 (waar het nu nog gemiddeld meer dan 200 kWh/m2 is). Waterbesparing is lang niet zo hot, maar zeker niet minder belangrijk. En net als met energiebesparing geldt dat met het actief monitoren van waterverbruik 20-25% kan worden bespaard.

Het waterverbruik in gebouwen is wellicht in eerste instantie niet zo zichtbaar als men denkt (douchen doe je thuis, de tuin sproei je ‘s avonds etc.). Even verder kijkend kan een gebouw heel wat tapwaterpunten hebben, denk aan douches, pantry’s, toiletruimten, centrale keuken/kantine etc.. Het verschilt natuurlijk heel erg per gebouw en hoe het gebruik wordt welke van de voorgaande functies aanwezig zijn. Gegeven de inleiding tijd om de pilot in het kader van Smarter Buildings aan de Schootsestraat in Eindhoven ook wat dat aangaat is onder de loep te nemen.

Foto 1

Het waterverbruik op de pilot locatie vindt hoofdzakelijk plaats in pantry’s (waterkokers, koffie/soep-machine, gootsteen) en toiletruimten (wc’s, urinoir’s en fonteintjes). Om actief aan de slag te gaan met het monitoren van het waterverbruik zijn de pantry’s voorzien van een watermeter (foto 1) van VTEC en tevens is hoofwatermeter verslimt (foto 2) in samenwerking met Brabant Water. Alle watermeters zijn vervolgens gekoppeld aan Simaxx. De komende tijd word er middels monitoring actief gespeurd naar eventuele voorkomende en opkomende lekken.

Foto 2

Voor meer informatie over dit project kunt u contact opnemen met Wilfred van der Plas van Simaxx (w.vander.plas@simaxx.com) of Jan Mink van VTEC L&S (jan@vtec-ls.nl).

Het Smarter Buildings project ontvangt co-financiering vanuit het OP Zuid programma (Ontwikkelings Programma Zuid Nederland). OP Zuid is een Europees subsidieprogramma voor Zuid-Nederland en maakt gebruik van middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Speerpunten van dit programma zijn innovatiebevordering – door bevordering van cross-overs met en tussen topclusters – en de overgang naar een koolstofarme economie.

!mpuls geeft energie: aan de vooravond van smart building technology

Eerder werd op deze site al bericht over de gerenoveerde en verduurzaamde stadhuistoren gemeente Eindhoven. Nu de oplevering geweest is gaat het echte werk beginnen. Lees meer over het project en Simaxx in het artikel op de website van Impuls.

Citaat uit het artikel: Ook de vitaliteit van het gebouw en de installaties zelf verbetert dankzij smart building technology. Zo moet het softwareplatform Simaxx er bijvoorbeeld voor gaan zorgen dat alle data uit een gebouwbeheersysteem wordt geanalyseerd. Het systeem houdt de installaties in de gaten, herkent storingen en checkt doorlopend zaken die comfort, leefbaarheid en energieverbruik beïnvloeden. Dat heeft volgens Marc Gijsman, adviseur installaties bij de gemeente Eindhoven, ook positieve gevolgen voor het onderhoud. “Voorheen hadden we twee opties: er kwam een storingsmelding over een installatieonderdeel vanuit het gebouwbeheerssysteem of iemand meldde een afwijking of klacht”, legt Marc Gijsman uit. “In beide gevallen is er dan al een probleem ontstaan. Met innovatie software als dit kunnen we die klachten voor zijn. Door proactief te reageren op verbetermogelijkheden en onregelmatigheden, werken installaties duurzamer, stabieler en treedt er minder slijtage op. Zo voorkomen we onnodige kosten en energieverlies. Tegelijkertijd dragen we bij aan een verbeterd gevoel van comfort en een vitalere werkomgeving voor de gebruikers van het gebouw. Ook dat past volgens ons bij de duurzaamheidsgedachte.”

GUIDING ENVIRONMENT: elk gebouw in de toekomst een empathisch gebouw

Ieder gebouw in de toekomst een empathisch gebouw. Een gebouw dat aanvoelt en invoelt. Aanvoelt en invoelt wat de gebruiker nodig heeft. Dat de gebruiker faciliteert. Verre toekomst? Nee dat niet. Simaxx ontwikkelt in een consortium aan het empathisch gebouw. Wat maakt dat zo interessant? Toepassingen van IoT met zelfstandig functioneel gedrag gaan de komende jaren meer en meer het gebouwdomein betreden. In de toekomst geeft dan ook alles data en kun je dat zelfstandig functioneel gedrag beïnvloeden. Met het consortium beogen we een eerste stap op weg te zetten door de vloer van een gebouw te gaan laten ‘praten’.

 

Het technologisch concept wordt ontwikkeld vanuit de ‘klantvraag’ geformuleerd op basis van onderzoek uitgevoerd door Anne Grave MSc. Als onderdeel van het technologisch concept koppelde Simaxx oa de data van Energy Floors en Connective Floors. De oplossing van Energy floors kent zelfstandig functioneel gedrag omdat ze aan de gebruiker reeds direct informatie terugkoppeld. Met de koppeling van de data en de inzet van de analyse van Simaxx gaan we in de komende onderzoek hoe het gedrag van componenten kunnen beinvloeden.

 

Het beoogde resultaat is de demonstrabel technologisch concept dat getoond wordt tijdens het Innovate Festival 2019 op 3, 4 en 5 oktober. Het industriepark  Kleefse Waard staat dan in het teken van beleving van innovatie. Uiteraard kunt u in de komende tijd ook meer over de ontwikkelingen op onze site lezen. Het consortium dat bij voorgaande ontwikkeling betrokken is betreft: DrieGasthuizenGroep, Connective Floors, Energy Floors, Hogeschool van Amsterdam, Nora, Sherpa, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

 

Meer informatie? Kijk hier of neem contact op met Wilfred van der Plas.

SMARTER BUILDINGS: slimme gebouwen voor nog betere zorg

Bij de start van het Smarter Buildings project was duidelijk dat er twee pilots gerealiseerd gaan gerealiseerd gaan worden met de slimme technologie. De tweede pilot betreft de locatie Elisabeth hof van Sante Partners te Culemborg. Sante Partners is een zorgleverancier en actief in het rivierengebied. De locatie is een zogenaamd beschermd wonen locatie met 32 studio’s, waar Sante palliatieve zorg verleend aan clienten met een bepaald stadium van dementie. De vraag die bij deze pilot centraal staat betreft: heeft het gebouw binnenklimaat invloed op de gemoedstoestand van de clienten? Zo ja, hoe groot is die invloed en kan er op worden gestuurd? Het beoogde ideale eindresultaat is een beter te activeren cliënt die minder dwaalt, sloom en overactief is.

Wat gaan we doen?

Om het binnenklimaat te meten worden een aantal studios uitgevoerd met een sensor die de binnenklimaatcondities zoals temperatuur, CO2 en ruimteluchtvochtigheid meten. Deze gegevens worden door Sante Partners gebruikt om vast te stellen of er verschillen zijn in binnenklimaatcondities en of daar een relatie bestaat met de gemoedstoestand van bewoners. Gedurende de pilot worden de sensoren van VTEC in de studios geplaatst. De gegevens van de sensor gaan naar de beveiligde cloud van Simaxx alwaar de analyse van de data wordt gedaan.

Slim gebruik maken van kennis en ervaringen

Binnen het zorgdomein, zeker aangaande dementie, wordt er heelveel onderzoek verricht. Daarbij gaat het naast het ziektebeeld zelf ook om aanpalende zaken zoals de leefomgeving. Het project Guiding Environment van de TU Eindhoven onder leiding van professor dr. ir. M. Mohammadi beoogd de ontwikkeling van een leefongeving waar ouderen in een vroege fase van dementie worden gestimuleerd en gefacilitieerd in hun dagelijkse routine als toename van veiligheid en comfort in hun dagelijkse routine. Het doel: een emphatische leefomgeving die volledig anticipeert en zich aanpast naar ouderen met dementie en daarmee mogelijk maakt om langer in hun eigen woning te blijven wonen. De uit dit onderzoek voortgekomen inzichten aangaande de invloedsfactoren op klimaat zijn meegnomen in de configuratie van de sensoren.

Het vervolg

In juni van dit jaar worden de sensoren op de locatie Elisabeth hof geplaatst. Daarna is de verwachting dat van het najaar de eerste resultaten van de meetperiode beschikbaar komen. De belangrijkste vraag die uit de analyse moet worden beantwoord is of er een relatie bestaat tussen binnenklimaat en gemoedstoestand en als die relatie bestaat op welke manier deze positief kan worden beinvloed. Benieuwd naar de resultaten en bevindingen? Houd onze volgende nieuwsberichten in de gaten.

Voor meer informatie over dit project kunt u contact opnemen met Wilfred van der Plas van Simaxx (w.vander.plas@simaxx.com) of Jan Mink van VTEC L&S (jan@vtec-ls.nl).

Het Smarter Buildings project ontvangt co-financiering vanuit het OP Zuid programma (Ontwikkelings Programma Zuid Nederland). OP Zuid is een Europees subsidieprogramma voor Zuid-Nederland en maakt gebruik van middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Speerpunten van dit programma zijn innovatiebevordering – door bevordering van cross-overs met en tussen topclusters – en de overgang naar een koolstofarme economie.

SMARTER BUILDINGS: behoeftes van stakeholders

Even internetten op de term ‘smart buildings’ levert heel veel hits op. Maar wat is nu een smart building precies. JLL geeft in haar publicatie ‘Smart Building Technology: Driving the Future of High Performance Real Estate’ de volgende invulling: “een gebouw voorzien van slimme technologie die in staat is om performance te monitoren, inefficiency te detecteren, facility management te informeren over problemen die automatisch kunnen worden opgelost en hen zodanig te faciliteren dat het werk snel kan worden uitgevoerd”. Deze definitie zet de gebruiker, zowel huur als verhuurder centraal.

De gebruiker centraal

Gebouwen kunnen worden verslimd door ze te voorzien van innovatieve oplossingen en ze daarmee duurzamer, gezonder, productiever, flexibeler en rendabeler te maken. De vraag is natuurlijk wel wat de gebruiker nu echt belangrijk vindt. Door het gesprek met ze aan te gaan over de behoeften worden deze meer inzichtelijk en kan er ook beter op worden ingespeeld. Binnen het project Smarter Buildings heeft een dergelijke inventarisatie door middel van interviews plaatsgevonden met de gebruikers van het bedrijfsverzamelgebouw van Kragt. Simaxx en VTEC monitoren hier al een jaar de diverse aspecten op energie en comfort. Maar komt dit ook overeen met de behoeftes van de gebruikers van het pand? Oftewel: wat zijn hun behoeften?

De behoeften

Voor de verhuurder zijn een aantal zaken van groot belang. Om te beginnen gaat het om inzicht in het binnenklimaat en of dit binnen de norm zit. Daarnaast het snel kunnen detecteren van afwijkingen in energie en waterverbruik om onnodig hoge kosten te voorkomen. Vervolgens het delen van informatie met de gebruikers over de performance van het pand eventueel ook ten opzichte van andere panden. Last but not least bestaat er een behoefte om middels dashboarding informatie te delen over duurzaamheid en comfort aldanniet voorzien van tips. De huurder stelt het binnenklimaat centraal gezien de ervaringen rondom luchtvochtigheid en temperatuur en daaruit mogelijk voortvloeiende klachten als droge ogen, tochten het te warm of koud vinden.

Het vervolg

De komende maanden staan in het teken van het concreet invullen vanuit Smarter Buildings van de behoeftes van gebruikers middels dashboarding. Om gebruikers inzicht in de te geven in de werking van het gebouw wordt er een energiespiegel ontwikkeld die hen gaat informeren over het comfort in het gebouw en tips vanuit verhuurder hieromtrent. Ook wordt invulling gegeven aan de behoeften van de verhuurder. Benieuwd naar de resultaten en bevindingen van de gebruikers? Houd onze volgende nieuwsberichten in de gaten.

Voor meer informatie over dit project kunt u contact opnemen met Wilfred van der Plas van Simaxx (w.vander.plas@simaxx.com) of Jan Mink van VTEC L&S (jan@vtec-ls.nl).

Het Smarter Buildings project ontvangt co-financiering vanuit het OP Zuid programma (Ontwikkelings Programma Zuid Nederland). OP Zuid is een Europees subsidieprogramma voor Zuid-Nederland en maakt gebruik van middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Speerpunten van dit programma zijn innovatiebevordering – door bevordering van cross-overs met en tussen topclusters – en de overgang naar een koolstofarme economie.